Voedingsintollerantie en allergie​

Glutenintolerantie: anti-gliadine en anti-transglutaminase

Bij een glutenintolerantie vormt het lichaam antistoffen tegen de gluten (anti-gliadine IgA) en tevens tegen eigen lichaamsstructuren (anti-transglutaminase IgA). Di kan in de ontlasting kunnen worden opgespoord. Een verhoogd gehalte aan anti-transglutaminase in de ontlasting is typerend voor patiënten met coeliakie. Het anti-transglutaminase-onderzoek wordt uitgevoerd ter bevestiging van een verhoogd anti-gliadine gehalte.

Indien een verhoogd anti-gliadine IgA-gehalte in de ontlasting wordt geconstateerd is het raadzaam om gedurende zes weken een glutenvrij dieet te volgen. Daarna wordt deze test opnieuw uitgevoerd. Als de waarde dan nog steeds verhoogd is, wordt verder onderzoek aangeraden. Een biopt van de dunne darm is één van de mogelijkheden.

Histamine

Dit is een biochemische stof (biogene amine) die betrokken is bij verscheidene fysiologische processen. Het speelt een rol in het maagdarmkanaal, fungeert als neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel en heeft een functie in het afweersysteem. Histamine wordt in het maagdarmkanaal vrijgezet bij allergische reacties veroorzaakt door voeding, verteringsproblemen, parasitaire infecties of de aanwezigheid van de darmbacterie Helicobacter pylori. Het wordt vrijgemaakt uit mestcellen en basofiele granulocyten. Wanneer het enzym DAO (Diamineoxidase) niet voldoende aanwezig is, wordt histamine niet (voldoende) afgebroken en zal de hoeveelheid histamine en daarmee samengaande klachten toenemen.

Verhoogde waarden betekent dat er sprake is van een allergische reactie op voeding, verteringsproblemen of parasitaire infecties (bv. Helicobacter pylori). Het is ook mogelijk dat het enzym DAO (diamineoxidase) niet voldoende aanwezig is, waardoor histamine niet (voldoende) wordt afgebroken. Dit is echter de minst voorkomende reden. Een DAO-tekort is in zeldzame gevallen genetisch, maar kan ook worden veroorzaakt door een kopergebrek.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Spijsvertering
-Darmtherapiescreening
-Parasitologie (TFT)
-Pre-screening Voeding
Helicobacter pylori
-Diamineoxidase (DAO)

Methylhistamine

Dit is een metaboliet (afbraakproduct) van histamine en wordt gebruikt in een screening op mastocytose, een aandoeningen rond systemische mestcelactivatie zoals anafylaxie en andere vormen van systemische allergische reacties.
De bepaling van methylhistamine is bijzonder nuttig als het fecale histamine normaal scoort, maar er duidelijk sprake is van histamineachtige klachten. Het gaat dan meer om een histamineproblematiek binnen het lichaam dan in de darmen.

Verhoogde waarden is een indicatie voor een hoge histaminebelasting. De afbrekende capaciteit is ontoereikend. Een histaminearm dieet en histamineremmende interventie is geïndiceerd.

Lage waarden van histamine in de urine is een indicatie voor een lage histaminebelasting. De eventuele klachten komen niet voort uit een belasting met histamine.

Diamine oxidase (DAO)

Een koperhoudend enzym dat histamine in het lichaam kan afbreken. Een verminderde histamineafbraak door een verlaagde DAO-activiteit resulteert in een teveel aan histamine. Een histamine-intolerantie kan leiden tot verschillende symptomen die lijken op een allergische reactie. Bij veel mensen leidt histamine-intolerantie tot hoofdpijn en migraine.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Histamine
-Methylhistamine

LCT-gen (Lactose DNA-onderzoek)*

Het LCT-gen levert instructies voor het maken van een enzym genaamd ‘lactase’. Dit enzym helpt lactose, een suiker in melk en andere zuivelproducten, te verteren. Voordat de melksuiker lactose wordt opgenomen via de dunne darmwand, moet het eerst worden gesplitst. Lactase is het enzym dat het disacharide lactose (melksuiker) splitst in galactose en glucose. Als deze splitsing niet of onvoldoende plaatsvindt, komt er lactose in de dikke darm. Hier vergisten de darmbacteriën alle suikers, zetmeel en voedingsvezels. Daarbij worden korte-keten-vetzuren en gassen gevormd. Als er teveel suikers in de dikke darm komen, kunnen klachten als buikpijn, een opgezette buik, winderigheid en diarree ontstaan.

Een lactose-intolerantie kan ontstaan doordat de dunne darmwand door ziekte is aangetast. De lactose-intolerantie is dan verworven (secundaire lactose-intolerantie). Na herstel van de darmwand kan deze vorm van lactose-intolerantie zijn opgelost.

Bij personen met de zogeheten ‘wildtype’ vorm van het LCT-gen verdwijnt de lactase-activiteit na de kinderleeftijd. Hierdoor ontstaat lactose-intolerantie wat bij het nuttigen van lactose leidt tot buikkrampen en diarree. De genetische code van het wildtype is -13910-C.

Er is echter ook een primaire vorm van lactose-intolerantie waarbij het lichaam helemaal geen lactase produceert. Deze vorm heet Congenitale Lactase Deficiëntie (CLD). Deze vorm komt al op zuigelingenleeftijd tot uiting door onder andere braken en diarree. Zelfs borstvoeding wordt dan niet verdragen. Het is van belang dat deze vorm tijdig wordt onderkend. Lactose moet dan namelijk volledig worden uitgesloten uit de voeding.

*Voor dit onderzoek is een patiëntenverklaring voor genetisch onderzoek noodzakelijk. Het DNA wordt uitsluitend gebruikt voor dit onderzoek en niet voor andere doeleinden.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Darmtherapiescreening
-PMN elastase

Aldolase B-gen (Fructose DNA-onderzoek)*

Het Aldolase-B-gen levert instructies voor het maken van een enzym genaamd ‘aldolase’ dat onontbeerlijk is voor de verwerking van koolhydraten. Mutaties van het Aldolase-B-gen zijn de oorzaak van HFI (Hereditary Fructose Intolerance), een potentieel fatale aangeboren stofwisselingsaandoening.

Fructose-intolerantie en HFI (Hereditary Fructose Intolerance) zijn twee verschillende stofwisselingsaandoeningen, waarbij fructose in het dieet voor problemen zorgt.

Een fructose-intolerantie is vergelijkbaar met een lactose-intolerantie. In dit geval wordt fructose niet door de dunne darm opgenomen. Normaliter wordt fructose via een speciaal transporteiwit in de darmwandcellen opgenomen. Wanneer dit eiwit niet aanwezig is, komt het niet opgenomen fructose in de dikke darm terecht. Hier wordt het fructose snel gefermenteerd door de daar aanwezige darmbacteriën. Hierbij ontstaan zuren en gassen, zoals koolzuurgas en waterstofgas. Deze gassen zorgen voor problemen zoals buikpijn, krampen en winderigheid. Diarree komt ook vrij veel voor bij fructose-intolerantie.

Er is echter ook een genetische (dus primaire) vorm van fructose-intolerantie, HFI, waarbij het lichaam het benodigde enzym om fructose af te breken in de lever mist. Het ontbrekende enzym is aldolase-B, dat fructose-1-fosfaat omzet in DHAP en glyceraldehyde. Hierdoor kan de fructose niet verder omgezet worden dan fructose-1,6-bifosfaat. Dit houdt fosfaten vast en het overtollige fructose wordt opgeslagen in de lever, nieren en dunne darm.
Glucose kan nog wel worden vrijgemaakt uit glycogeen, maar niet via gluconeogenese. Het gevolg is een zware hypoglycaemie (een sterke daling van de bloedsuikerspiegel) na het eten van fructose. Een hypoglycaemie wordt normaal alleen gezien in mensen met diabetes. Andere symptomen kunnen zijn buikpijn en overgeven na het eten van fructose of enkele andere suikers die via hetzelfde enzymsysteem worden afgebroken.

In kinderen met HFI kan het veelvuldig eten van fructose uiteindelijk de lever- en nierfunctie aantasten, wat uiteindelijk de dood tot gevolg kan hebben. Dit maakt HFI dus tot een ernstige en potentieel gevaarlijke erfelijke aandoening. Dit in tegenstelling tot gewone fructose-intolerantie.

Een DNA-test op fructose-intolerantie uit EDTA-plasma kan uitsluitsel geven, maar als de test geen HFI aantoont, betekent dit niet dat die persoon het ook daadwerkelijk niet heeft. Een leverbiopsie of een fructose-tolerantietest waarbij fructose wordt geïnjecteerd en vervolgens glucose en fosfaat in het bloed wordt gemeten, kunnen uitsluitsel geven.

De behandeling bestaat uit een levenslang strikt fructose-, sacharose- en sorbitolvrij dieet.

*Voor dit onderzoek is een patiëntenverklaring voor genetisch onderzoek noodzakelijk. Het DNA wordt uitsluitend gebruikt voor dit onderzoek en niet voor andere doeleinden.

Pre-Screening 7 voedingsmiddelen

De 7 veel voorkomede voedingsmiddelen getest op IgG- en IgG4-reactie. Op basis van de pre-screening kan één of een combinatie van de vervolgscreening worden gekozen.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Voedingsmiddelen met een verhoogde immuunrespons moeten uit het dieet worden weggelaten gedurende:
Klasse 3: eliminatie uit het dieet gedurende tenminste 3 maanden
Klasse 4: volledige eliminatie uit het dieet gedurende tenminste 6 maanden
Klasse 5: volledige eliminatie uit het dieet gedurende tenminste 12 maanden

Pre-screening plus IgE-totaal

Pre-screening plus bestaat uit een screening van 7 voedingsmiddelen op IgG-IgG4: ananas, melk, tarwe, zalm, kippeneiwit, pinda en tomaat. Daarnaast wordt de totale waarde van IgE gemeten in het bloed. Dit geeft aan of er eventueel ook sprake is van een allergie. Bij een verhoogde waarde van IgE is verder onderzoek noodzakelijk om de bron van de allergie te achterhalen.

Pre-screening uitgebreid, 31 voedingsmiddelen

Deze voedingsscreening bestaat uit een combinatie van de Pre-screening (7 voedingsmiddelen) en de Voedingsscreening klein (24 voedingsmiddelen).

Op basis van de Pre-screening wordt bepaald of de kleine voedingsscreening wordt getest op IgG of IgG4.

Melk- en eierenscreening, 24 voedingsmiddelen

Deze screening is aanbevolen bij klasse 3, 4 of 5 reacties vanuit een positieve pre-screening op melk, caseïne en ei. De volgende 24 voedingsmiddelen worden in de melk en eierenscreening getest:

Alpha-lactalbumine, beta-lactoglobuline, Camembert, Edammer kaas, Emmentaler kaas, roomkaas, Goudse kaas, Tilsiter kaas, parmezaanse kaas, mozzarella (buffelmelk), eigeel (kip), eiwit (kip), kwartelei, ovalbumine, ovomucoide, yoghurt (magere), kwark, slagroom (zoet), wei, schapenkaas, schapenmelk, paardenmelk, geitenkaas en geitenmelk.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Granen- en notenscreening, 40 voedingsmiddelen

Deze screening is aanbevolen bij klasse 3, 4 of 5 reacties vanuit een positieve pre-screening op aardappels of tarwe.

De volgende 40 voedingsmiddelen worden in de granen en noten screening getest:

Amandel, amaranth, boon (wit), boekweit, boksdoorn (gojibes), cashewnoot, cedernoot, chiazaad, eenkoorn, erwt, gerst, gierst, gluten, haver, hennep, kastanjechampignon, khorasantarwe, kidneybonen, kikkererwten, lijnzaad, linzen, maanzaad, macadamia-noten, maïs, mungboon, paranoot, pecannoot, pijnboompit, pinda, pistachenoot, quinoa, rijst, rogge, sesam (wit), sojaboon, spelt, spelt (onrijp), sperzieboon, walnoot en zonnebloempitten.

Reacties in klasse 3, 4 en 5 duiden op een verhoogde immuunrespons op het betreffende voedingsmiddel.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Vlees- en visscreening, 40 voedingsmiddelen

Deze screening is aanbevolen bij klasse 3, 4 of 5 reacties vanuit een positieve pre-screening op ei (kip) of vanuit de kleine voedingsscreening op varkensvlees, rundvlees of vis.

De volgende 40 voedingsmiddelen worden in de vlees en vis screening getest:

Paling, oester, inktvis, eend, rivierkreeft, gans, garnaal, geelvintonijn, snoek, heilbot, grote pijlinktvis, haring, kip, kreeft, kabeljauw, konijn, karper, kaviaar (zwart), zalm (Atlantische oceaan), lam, langoustine, makreel, mossel, paard, kalkoen, regenboogforel, hert, rund, roodbaars, ansjovis, sardine, schelvis, slak, schol, varken, tong, Noorse garnaal, kwartel, wildzwijn en snoekbaars.

Reacties in klasse 3, 4 en 5 duiden op een verhoogde immuunrespons op het betreffende voedingsmiddel.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Fruit- en groentenscreening, 88 voedingsmiddelen

Deze screening is aanbevolen bij klasse 3, 4 of 5 reacties vanuit een positieve prescreening op appel, kiwi of aardappel.

De volgende 88 voedingsmiddelen worden in de fruit/groentenscreening getest:

Alfalfa, ananas, abrikoos, artisjok, aubergine, oesterzwam, avocado, bamboescheuten, banaan, zoete aardappel, peer, blauwe bosbes, bloemkool, broccoli, braam, champignon, chilipeper, chinese kool, dadels, andijvie, aardbeien, vijgen, veldsla, venkel, granaatappel, grapefruit, boerenkool, guave, komkommer, framboos, honingmeloen, rode bes, zwarte aalbes, carambola, wortel, koolrabi, kokosnoot, sla, pompoen, limoen, lychee, mandarijn, mango, snijbiet, passievrucht, mierikswortel, mirabel, nectarine, olijf (zwart), sinaasappel, papaja, chilipeper, pastinaak, cantharel, perzik, pruim, prei, cranberry, kweepeer, radijs, rettich, rabarber, romanesco, spruitjes, rozijnen, rode biet, duindoornsap, sjalot, schorseneren, bleekselderij, kaki (sharonfruit), asperges, spinazie, kruisbes, koolraap, eekhoorntjesbrood, kers, tomaat, watermeloen, druif (wit), witte kool, witlof, rode kool, savooikool, citroen, courgette, ui en tuinboon.

Reacties in klasse 3, 4 en 5 duiden op een verhoogde immuunrespons op het betreffende voedingsmiddel.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Daily's screening 88 voedingsmiddelen

Reacties in klasse 3, 4 en 5 duiden op een verhoogde immuunrespons op het betreffende voedingsmiddel.

Een verhoogde IgG-immuunrespons wijst op een reactie met min of meer trage symptomen zoals chronische hoofpijnklachten, eczeem, vermoeidheid, of diarree.

Een verhoogde IgG4-immuunrespons wijst op meer snelle reacties zoals directe vermoeidheid, roodheid, uitslag, oedeem, tintelingen op de lippen of in de mondholte, etc.

Voedingsscreening totaal

Als er sprake is van klasse 3, 4 of 5 reacties op meerdere voedingsallergenen uit verschillende voedingsgroepen, is de Voedingsscreening totaal een goede optie. Dit complete pakket omvat 280 voedingsallergenen uit de Daily’s, melk- en eierenscreening, granen- en notenscreening, vlees- en visscreening en fruit- en groentenscreening. Dit pakket is zeer kostenbesparend ten opzichte van meerdere losse screenings.

IgE Voedingsscreening klein, 20 voedingsmiddelen

Bepaling allergie voor 20 veel voorkomende voedingsallergenen:

Aardappel, appel, avocado, banaan, citroen, garnaal, hazelnoot, ei (geheel), kabeljauw, kiwi, melk (gekookt), pinda, roggemeel, rund, selderij, sinaasappel , sojaboon, tarwemeel, tomaat en wortel.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Darmtherapiescreening
-Histamine
-Methylhistamine

IgE-voedingsscreening middel, 40 voedingsmiddelen

De volgende 40 voedingsmiddelen worden getest in de voedingsscreening:

Aardappel, aardbei, amandel, ananas, appel, avocado, banaan, boekweit, caseïne, citroen, erwt, garnaal, gerst, grapefruit, sperzieboon, hazelnoot, ei, kabeljauw, kiwi, makreel, melk (gekookt), mossel, paprika, paranoten, passievrucht, perzik, pinda, rijst, roggemeel, rund, selderij, sinaasappel, sojaboon, tarwemeel, tomaat, ui, varken, walnoot, wortel en zalm.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Darmtherapiescreening
-Histamine
-Methylhistamine

IgE Voedingsscreening groot, 80 voedingsmiddelen

De volgende 80 voedingsmiddelen worden getest in de voedingsscreening:

Aardappel, aardbei, abrikoos, alpha-lactalbumine (koe), amandel, ananas, appel, asperge, aubergine, avocado, bakkersgist, banaan, bloemkool, boekweit, broccoli, caseïne, cashewnoot, champignon, cheddar, citroen, druif, erwt, forel, garnaal, geitenmelk, gember, gerst, gierst, grapefruit, sperzieboon, haver, hazelnoot, ei, kabeljauw, kalkoen, kerriepoeder, kers, kidneyboon, kip, kiwi, knoflook, kokosnoot, komkommer, lam, linze, mais, makreel, mango, melk (gekookt), mossel, mosterd, paprika, paranoten, passievrucht, peer, perzik, peterselie, pinda, pompoen, rijst, roggemeel, rund, sardine, schimmelkaas, selderij, sinaasappel, sojaboon, tarwemeel, tijm, tomaat, tonijn, ui, vanille, varken, walnoot, witte boon, witte kool, wortel, zalm en zwarte peper.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Darmtherapiescreening
-Histamine
-Methylhistamine

IgE Inhalatie/allergenen 42, 9 pools

Boom: Els, Hazelnoot, Esdoorn, Berk.

Gras: Kropaar, Dodde, Raaigras, Rogge.

Epitheel IgE: honden, paarden, runder, hamster, konijn, muis.

Pluimvee IgE: Eend, gans, kip, kalkoen.

Huisstof IgE: dermatoph, farinae, etc.

Schimmel IgE: Alter, Alternata, Asper, etc.