Losse onderzoeken maag-darm​

Spijsvertering

Bij deze test worden de kleur, consistentie, pH-waarde en spijsverteringscapaciteit bepaald. De spijsverteringscapaciteit wordt bepaald door te kijken naar de aanwezige hoeveelheid spiervezels, zetmeel en vetzepen in de ontlasting.

Indicatie:

De microscopische vaststelling van spiervezels (eiwitten), zetmeel (koolhydraten) en vetzepen (vetten) is een indicatie voor een verminderde verteringscapaciteit. Daarnaast zijn gedetecteerde hoeveelheden vetten, zetmeel en spiervezels in deze test bruikbaar als biomarkers voor het bekijken van dieeteffecten.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

Bij afwijkende waarden is het raadzaam om aanvullend de onderzoeken Pancreas-elastase en Galzuren aan te vragen.

Resident en Transiënt darmbioom

Het humane colon bevat 10¹¹ bacteriën per gram en heeft daarmee de grootste populatie bacteriën in het lichaam. De meeste hiervan zijn anaëroob.

De darmbiota bestaat uit een residente en een transiënte darmbiota. Deze bestaan uit aërobe, anaërobe en micro-aerofiele darmbacteriën.

De residente darmbiota bestaat uit darmbacteriën die voor de fysiologische processen in de darmen absoluut noodzakelijk zijn. De exacte samenstelling ervan ontwikkelt zich in de eerste levensjaren en is net zo persoonlijk als een vingerafdruk.

De transiënte darmbiota, ook wel passerende darmbiota genoemd, wordt via de voeding opgenomen. Ze bestaat uit bacteriën die tot op zekere hoogte worden getolereerd, maar ze hebben in het algemeen geen nut en sommige zijn ziekteverwekkend.

Het onderzoek naar de residente en transiënte darmbiota wordt altijd uitgevoerd in combinatie met de andere onderzoeken die deel uitmaken van fecesdiagnostiek.

De residente darmbiota bestaat uit de volgende bacteriën:

  • Anaërobe bacteriën: Bacteroïdes species, Bifidobacterium species
  • Aërobe bacteriën: Escherichia coli, Enterococcus species
  • Micro-aërofiele bacteriën: Lactobacillus species

De transiënte darmbiota bestaat uit:

  • Anaërobe bacteriën: Clostridium species
  • Aërobe bacteriën: Pseudomonas speciesEnterobacteriaceae groep 1 (o.a. Proteus species) en groep 2 (o.a. Klebsiella speciesEnterobacter species)
  • Obligaat pathogene bacteriën: Salmonella speciesShigella speciesYersinia species

Mycologie (gisten en schimmels)

Bij deze test vindt kwantitatieve detectie plaats van de verschillende, in de feces (mogelijk) aanwezige gisten en schimmels.

Indicatie:

Deze test is geïndiceerd bij symptomen die kunnen wijzen op aandoeningen van het maagdarmkanaal en daarvan afgeleide immunologische aandoeningen.

Verhoogde hoeveelheden gisten en/of schimmels in de darmen zijn altijd een teken van een intestinale dysbiose. De test geeft echter geen uitsluitsel over de vraag of de aanwezigheid van de gedetecteerde gisten en schimmels de oorzaak of het gevolg van de aandoening zijn.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

Als aanvullende diagnostiek is aan te raden om het onderzoeksmateriaal te onderzoeken op virulente factoren. Bij vrouwen is met name aanvullend mycologisch onderzoek van de vaginale biota van belang, om besmetting van het fecesmonster vanuit de vagina uit te sluiten.

Virulente factoren darmbioom

Virulentie is het vermogen van een micro-organisme om te wedijveren met de omgevende darmbiota, weefsel te beschadigen en/of de verdedigingsmechanismen van de gastheer te weerstaan.

Virulente factoren zijn enzymen afgescheiden door micro-organismen die ervoor zorgen dat het micro-organisme ziekteverwekkend wordt voor de mens. In een eubiotische darmbiota komen geen virulente factoren voor. Virulente factoren worden gevormd door een pathogene biofilm. Deze biofilm ontstaat wanneer gramnegatieve bacteriën via ‘qorum sensing’ elkaars aanwezigheid bemerken en gezamenlijk een nieuw ‘organisme’ vormen, compleet met een eigen (plasmide) DNA. Enig doel van deze biofilm is zichzelf in stand houden, ten koste van de gastheer. De virulente factoren zijn enzymen die de biofilm daarbij produceert.

Helicobacter pylori (kwalitatief)

Een bacterie die de productie van reactieve zuurstof- (ROS) en stikstofspecies (RNS) in de menselijke maag verhoogt. Dit heeft invloed op het ontstaan van (chronische) gastritis en de ontwikkeling van maagzweren en maagcarcinomen.

Zinvolle aanvullende diagnostiek bij positief resultaat:
-Histamine

Tryptofaan

L-tryptofaan is een van de essentiële aminozuren en wordt in het lichaam onder andere omgezet in serotonine, melatonine en vitamine B3. Het speelt een rol bij gewichtsregulatie (hongergevoel), welbevinden en pijnbeleving (serotonine) en slaap (melatonine).

Een lage waarde van tryptofaan geeft door een verstoorde aanmaak van serotonine en melatonine mogelijk klachten zoals prikkelbaarheid, chronische pijn, buikpijn, slapeloosheid en depressiviteit.

Zinvolle aanvullende diagnostiek:

-Ontstekingsscreening
-Calprotectine
-PMN elastase

Hemoglobine-haptoglobinecomplex

Hemoglobine dat aan haptoglobine gebonden is, wordt minder snel afgebroken. Hierdoor is deze meting betrouwbaar om tijdig bloedende tumoren en poliepen op te sporen.

Een positieve waarde wijst mogelijk op een bloeding als gevolg van een ontstekingsproces. Mogelijke andere oorzaken zijn bijvoorbeeld bloedende aambeien, fissuren, poliepen of tumoren in het maag- darmkanaal (m.n. colon ascendens en coecum).

Zinvolle aanvullende diagnostiek bij positief resultaat:

-Preventief onderzoek darmpoliepen
-Ontstekingsscreening
-Calprotectine
-PMN elastase
-Tumormarker M2PK test

Secretorisch IgA

Secretorisch immunoglobuline A (sIgA) maakt deel uit van het immuunsysteem in de darmen. Het bestaat uit twee, door een peptide gekoppelde, IgA-antilichamen. Het wordt in de darmwand geproduceerd door de plasmacellen van de ‘lamina propria’. De belangrijkste functie van IgA is het beschermen van het lichaam tegen binnendringen van allerlei ziekteverwekkers door de aanwezigheid in traanvocht, colostrum, gal en van de klieren van lucht- en urinewegen en maag-, darmstelsel. sIgA geeft duidelijkheid over de kwaliteit van het darmgeassocieerde immuunsysteem.

Een afwijkende uitslag, dus te veel of te weinig secretorisch IgA, geeft aan dat het afweermechanisme van de darmen onvoldoende functioneert.

Te lage waardes betekent dat de infectiegevoeligheid van de slijmvliezen is verhoogd.

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-PMN elastase
-Pre-screening Voeding
-Parasitologie (TFT)

Verhoogde waarden kunnen een aanwijzing zijn voor neoplastische ziekten, atopie, chronische darmontstekingen zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa en auto-immuunziekten.

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-PMN elastase
-Pre-screening Voeding

Bèta-defensine 2

Een antimicrobiële peptide. Het wordt endogeen aangemaakt door de neutrofiele granulocyten en is onderdeel van het aangeboren immuunsysteem (eerstelijns afweer). Het geeft inzicht in de activiteit van de niet-specifieke slijmvliesimmuniteit.

Een verhoogde waarde wijst op de aanwezigheid van pathogene infecties. Deze infecties kunnen zich bevinden in het maag-, darmkanaal, maar evengoed elders in het lichaam.
NB: Een normale waarde is mogelijk vals negatief. Bij verdenking op pathogene infecties, is verder onderzoek noodzakelijk.

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-Transiënt darmbioom
-Mycologie
-Parasitologie (TFT)
Helicobacter pylori

Pancreas-elastase

Een enzym dat eiwit afbreekt door middel van hydrolyse. Het wordt als pro-enzym geproduceerd door de acinuscellen van de pancreas. Vervolgens wordt het in het duodenum geactiveerd. Deze parameter wordt getest om vast te stellen, dan wel uit te sluiten, of er sprake is van een exocriene pancreasinsufficiëntie. Het geeft een indicatie voor de mate waarin de alvleesklier spijsverteringsenzymen aanmaakt en eiwitten, vetten en koolhydraten verteerd kunnen worden.
Dit onderzoek is de beste, niet-invasieve methode om de pancreasfunctie te onderzoeken. De specificiteit is 93% en de sensitiviteit is eveneens 93%. Het voordeel is dat pancreas-elastase niet wordt beïnvloed door suppletie van enzymen.

Een verlaagde waarde van pancreas-elastase, (<200 ug/g) wijst op een exocriene pancreasinsufficiëntie en dus een verminderde opname van nutriënten, vooral van vitaminen en spoorelementen.
Waarden tussen 200-500 ug/g wijzen op een verminderde verteringscapaciteit.
Dit kan klachten veroorzaken als malabsorptie, groeiachterstand bij kinderen, winderigheid, vermoeidheid, chronische diarree of juist obstipatie, misselijkheid, etc.
> 500 ug/g is een normale pancreasfunctie.

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-Lever/pancreasscreening
-Microvoedingsstoffen plus
-Vitaminescreening
– Spoorelementen/mineraalstoffenscreening

Galzuren

Worden in de lever gemaakt uit cholesterol. Vervolgens worden ze door de lever uitgescheiden in de gal. Zo komen deze stoffen in de galblaas terecht. Vanuit de galblaas wordt de gal uitgescheiden in de dunne darm. In de wand van de dikke darm worden de galzuren met behulp van bacteriën omgezet in galzouten. Galzuren en galzouten zorgen ervoor dat vetten uit het voedsel makkelijker worden opgenomen door het lichaam. Galzuren worden gerecycleerd door een enterohepatische kringloop. De reabsorptie gebeurt hoofdzakelijk in het ileum. Aandoeningen van het ileum kunnen dus de vetvertering in het gedrang brengen en aanleiding geven tot verlaagde resorptie van vetoplosbare vitaminen. De concentratie is verhoogd wanneer de galzuursecretie of re-uptake verstoord is zoals bij chronische lever-, gal en pancreasaandoeningen.

Galzuren zijn van groot belang voor de vetvertering, maar mogen niet in de ontlasting worden aangetroffen. Een positieve waarde kan worden veroorzaakt door (chronische) diarree of aandoeningen in het colon.

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-Darmtherapiescreening
-Lever/pancreasscreening
-PMN elastase
-Preventief onderzoek darmpoliepen

Lipopolysacchariden (endotoxine)

Lipopolysaccharide (LPS) is de belangrijkste component van het buitenmembraan van gramnegatieve bacteriën. Lipopolysaccharide bevindt zich in de buitenste laag van het membraan en wordt, in niet-ingekapselde stammen, blootgesteld aan het celoppervlak. Lipopolysaccharide is een krachtige stimulator van de aangeboren immuunrespons. Het lipide-anker van lipopolysaccharide, bekend als lipide A, is een uniek op glucosamine gebaseerd saccharolipide dat de buitenste monolaag van het buitenste membraan vormt. Lipide A-modificaties zijn variabel van organisme tot organisme, vaak gereguleerd en spelen een belangrijke rol bij pathogenese.

Verhoogde waardes endotoxine in het bloed heeft vergaande pathologische gevolgen. Een voortdurende lichte of matige toename van het endotoxinegehalte in het bloed, overbelast de detoxcapaciteit van de lever, waardoor laaggradige ontstekingsreacties (stille inflammatie) manifesteren, die voorloper zijn van chronische ontstekingsziekten. Zeer hoge systemische concentraties van LPS (acute endotoxemie) kan leiden tot koorts, bloeddrukverlaging, bloedstollings- en complementactivering; er kan zelfs een levensbedreigende shocktoestand ontstaan.
NB. Bij een hoge waarde van LPS, moet een vetrijk dieet worden vermeden!

Zinvol aanvullende diagnostiek:

-Virulente factoren
-hsCRP